nieuwsoverzicht 10 - 21 februari (wk 7-8)
Wijzigingen AREI / Eerste AI-maatregelen van start / Noodverlichting: gewijzigde normen
I. WIJZIGINGEN IN DE WETGEVING
Deze week zijn er geen nieuwe wetswijzigingen opgenomen in INNIwise.
II. OVERIGE NIEUWSITEMS
A. Wijzigingen AREI
In 2019 startte de herstructurering van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI). Het nieuwe AREI is van toepassing sinds 1 juni 2020 en bestaat sindsdien uit drie boeken. Het eerste boek betreft de elektrische installaties op laagspanning en zeer lage spanning. Het tweede boek betreft elektrische installaties op hoogspanning en het derde boek betreft installaties voor transmissie en distributie van elektrische energie.
Het K.B. van 3 oktober 2024 zorgt ervoor dat vanaf 1 maart 2025 enkele wijzigingen in voege treden. Deze wijzigingen hebben invloed op het ontwerp, de uitvoering en de controle van elektrische installaties. Zo zijn er gewijzigde technische regels voor elektrische installaties die zich in ruimtes bevinden waar een bad en/of douche aanwezig is, zowel in woningen als bedrijven. “Publiek toegankelijke ruimten” kreeg een duidelijkere definitie en zorgt zo voor een standaardisatie van deze term in de drie boeken. Hierbij horen enkele nieuwe voorschriften en overgangsbepalingen. Voor contactdozen in woningen of bedrijven zijn ook nieuwe voorschriften voorzien. Uiteraard zijn er nog verschillende kleinere wijzigingen, zoals de aanpassing van bepaalde termen. Onduidelijkheden in de drie boeken werden gecorrigeerd met als doel deze op te helderen.
We presenteren dan ook graag een update van onze drie handboeken, beschikbaar in dit voordeelpakket.
Bronnen:
- FOD Economie
B. Eerste AI-maatregelen van start
Op 1 augustus 2024 trad Verordening (EU) 2024/1689 in werking, ook wel het AI Act genoemd. De eerste bijhorende maatregelen gingen begin februari van start.
Artificiële intelligentie (AI) ontwikkelt razendsnel. Het kan heel wat voordelen bieden, maar zorgt evengoed voor bijhorende risico’s. De EU biedt door deze verordening dan ook een uniform rechtskader, zodat er een evenwicht ontstaat tussen het toelaten en stimuleren van deze vernieuwende technologie en toch ook de grondrechten te beschermen. De toepassing van deze verordening gebeurt stapsgewijs aan de hand van enkele maatregelen. De eerste maatregelen traden 2 februari 2025 in werking.
De verordening deelt bestaande AI-systemen in naargelang hun risico: onaanvaardbaar risico, hoog risico, beperkt risico en minimaal risico. Het spreekt voor zich dat AI-systemen met een onaanvaardbaar risico door deze verordening verboden zijn en vanaf februari 2025 dus ook niet meer gebruikt mogen worden. Het gaat hier o.a. over AI-systemen die op de werkvloer gebruikt worden om emoties af te leiden uit het gedrag van een persoon of AI-systemen die een beoordeling koppelen aan het sociale gedrag of persoonlijke kenmerken van mensen. Vanaf augustus 2025 worden administratieve boetes opgelegd wanneer deze systemen toch nog gebruikt worden. Voor de systemen met een hoog of beperkt risico treden de maatregelen pas later in werking. Denk hierbij aan een transparantieverplichting. Voor AI-systemen met een minimaal risico worden in deze verordening geen bijkomende verplichtingen opgelegd. Onder deze systemen vallen onder andere spamfilters en vertaaltools.
Een andere maatregel die in voege treedt, is dat ondernemers ervoor moeten zorgen dat hun werknemers voldoende AI-geletterd zijn. Hiermee bedoelt men dat werknemers die met AI in aanraking komen, moeten begrijpen wat AI net is en ook wat de bijhorende risico’s zijn. Als werkgever moet je ervoor zorgen dat werknemers voldoende geïnformeerd zijn en zo over voldoende kennis beschikken. Welke maatregelen je als werkgever moet doorvoeren, werd niet vastgelegd in de verordening. Je kan deze als werkgever zelf bepalen, rekening houdend met het niveau van de werknemers en de context. Een IT’er die AI-systemen ontwikkelt zal een heel ander kennisniveau van AI moeten hebben dan de eindgebruiker. De eindgebruiker zal waarschijnlijk vooral inzicht moeten hebben in het gebruik en de risico’s van AI. Een AI-policy waarin richtlijnen in verband met dit gebruik opgenomen zijn, is dus geen overbodige luxe.
Welke praktische stappen dien je als werkgever te ondernemen? Allereerst zal je een analyse moeten maken van de AI-systemen die gebruikt worden op de werkvloer om zo ook de risico’s in kaart te brengen. Schrap systemen met een onaanvaardbaar risico uit je bedrijf. Bekijk per groep werknemers welk niveau van AI-geletterdheid noodzakelijk is en neem op basis daarvan de nodige maatregelen, zoals opleidingen. Stel een AI-policy op en zorg ervoor dat dit beleid raadpleegbaar is voor alle werknemers. Ga hierover zeker in gesprek en luister naar eventuele bezorgdheden. Op basis hiervan kan je het AI-beleid bijsturen. Houd werknemers ook op de hoogte van de evolutie van gebruik van AI binnen het bedrijf.
Bronnen:
- Europese Commissie
- Prebes vzw
- Attentia
C. Noodverlichting: gewijzigde normen
In 2024 werden de Europese normen in verband met noodverlichting herzien. Hierdoor wijzigen de normen NBN EN 1838 en NBN EN 50172. Beide normen zijn opgenomen in “Basisnormen Brand” van het K.B. van 7 juli 1994. Noodverlichting is verplicht in alle gebouwen, uitgezonderd ééngezinswoningen, gebouwen met maximaal 2 verdiepingen en een totale oppervlakte van minder dan 100 m² en industriegebouwen. Voor industriegebouwen gelden andere regels voor noodverlichting die opgenomen zijn in de Codex Welzijn op het werk.
NBN EN 1838 legt de vereisten voor noodverlichting vast. Denk hierbij aan waar de noodverlichting geplaatst moet worden en de lichtsterkte. De wijzigingen van NBN EN 1838 traden reeds in december 2024 in werking. De oude versie werd onmiddellijk ingetrokken.
Eén van de wijzigingen is het invoeren van lokale noodverlichting. Deze noodverlichting is bedoeld voor gebouwen waar mensen niet onmiddellijk kunnen evacueren wanneer de stroom uitvalt, zoals een rusthuis. Onmiddellijk evacueren is hier zonder begeleiding onpraktisch of zelfs gevaarlijk, waardoor er gewacht wordt op een georganiseerde evacuatie of het terugkeren van de stroom. Vandaar dat de lichtsterkte in de ruimtes met ‘lokale noodverlichting’ minstens even hoog moet zijn als deze op de vluchtwegen, namelijk 1 lux. Of een hoger lichtniveau noodzakelijk is en hoe lang het licht moet branden, hangt af van de risicoanalyse die moet uitgevoerd worden. De bedoeling is dat niemand in het donker moet evacueren.
Er is ook een wijziging wat de vluchtwegen betreft. De lichtsterkte van 1 lux gold tot hiertoe enkel voor de centrale as, maar wordt nu uitgebreid naar de volledige breedte van de vluchtweg (uitgezonderd de randzone). Deze randzone bedraagt 0,5 m of 25% van de breedte bij smallere vluchtwegen.
De signalering van vluchtwegen kan gebeuren via intern of extern verlichte pictogrammen. Om goed leesbaar te zijn, moeten extern verlichte pictogrammen nu minimaal 5 lux ontvangen. Daarnaast worden nu ook permanent verlichte pictogrammen voorgeschreven op plekken waar bezoekers mogelijk niet bekend zijn met de omgeving, zoals een gemeentehuis of bibliotheek.
Er zijn ook nieuwe verplichtingen ingevoerd voor generatorruimtes, toiletten en zwembaden. Generatorruimtes moeten verplichte antipaniekverlichting hebben die 5 lux verticaal haalt op schakelborden en bedieningspanelen. Toiletruimtes die groter zijn dan 8 m² moeten voorzien worden van antipaniekverlichting en er moet vluchtwegverlichting zijn van 1 lux in toiletportalen. 5 lux verticaal is vereist voor alarmmeldpunten. Voor openbare zwembaden wordt 5 lux geadviseerd op de wandelpaden naast het water en op het wateroppervlak.
NBN EN 50172 bepaalt het onderhoud van deze noodverlichting. Deze norm bevat richtlijnen voor het testen en inspecteren van de noodverlichting zodat de werking ervan gegarandeerd wordt. Voor de wijziging van NBN EN 50172 is een overgangsperiode voorzien van drie jaar. Deze periode loopt tot mei 2027. Vanaf dan gelden er striktere verplichtingen voor nieuwe installaties. Bij nieuwe noodverlichtingsinstallaties zal een initiële verificatie met een inspectieronde, een duurtest en lichtmetingen verplicht zijn. Nadien moet deze controle om de 5 jaar herhaald worden. De reeds bestaande controles blijven van kracht.
We verwijzen graag naar wettelijke keuringen en controles en het webinar ‘Evacuatie’.
Bronnen:
- Fireforum
- Prebes vzw
A. Rookzones
Sinds januari 2025 gelden er strengere regels qua roken in de buitenlucht. In dit nieuwsoverzicht gingen we hier reeds dieper op in. Omdat de praktische toepassing van de rookzones niet altijd duidelijk is, lichten we deze graag verder toe. Meer info vind je hier.
B. Risicoanalyse op organisatieniveau
Om een zicht te krijgen op beroepsgerelateerde gevaren en risico’s is een risicoanalyse noodzakelijk. Deze analyse vormt de basis voor het preventiebeleid en de nodige bijsturing. De Codex Welzijn op het werk voorziet drie risicobeoordelingsniveaus: de volledige organisatie, een groep van werkposten of functies, de individuele werknemers. Deze checklist is alvast een handig hulpmiddel voor de risicoanalyse op organisatieniveau.

Lees ook

09/06/20
Erkenning COVID-19 als beroepsziekte voor werknemers in cruciale sectoren tijdens lockdown

14/08/20
NEN-SPEC: Ergonomische eisen kantoorwerkplekken in het kader van COVID-19

24/03/20
Burn-out en stress op het werk… kunnen ook thuis parten spelen!

18/01/22